Van ‘wat kan een cliënt niet?’ naar ‘wat kan iemand wél?’
Hoe bied je iemand met niet-aangeboren hersenletsel een activiteit aan die echt bij hem of haar past? Die vraag staat centraal in de microcredential Thematische en Ontwikkelingsgerichte Activiteitenbegeleiding bij verstandelijke beperkingen. Medewerkers van ’s Heeren Loo, regio De Noorderbrug volgden de cursus, in dit geval specifiek voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel, bij DNA Next om zich verder te verdiepen in hun vak.
Op de talentencentra van ’s Heeren Loo draait het om de vraag wat iemand nodig heeft. De organisatie begeleidt mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Dat letsel kan op ieder moment in het leven ontstaan. Daardoor verschilt per persoon wat iemand nog kan, nodig heeft en waarin iemand zich kan ontwikkelen.
“Onze medewerkers stemmen voortdurend af op de cliënt”, vertelt Aafje de Jong, coördinator leren en ontwikkelen bij ’s Heeren Loo. “Wie is hij of zij? Wat kan iemand? Wat wil iemand? Wat deed iemand hiervoor in zijn leven? Dat is ontzettend belangrijk.”
Van activiteit naar ontwikkeling
Die manier van kijken vormde het vertrekpunt voor de cursus. ’s Heeren Loo merkte dat medewerkers behoefte hadden aan meer verdieping in het methodisch en ontwikkelingsgericht. werken met cliënten met niet-aangeboren hersenletsel.
De cursus is daarom samen met ’s Heeren Loo ontwikkeld. Medewerkers, een manager en een ervaren medewerker uit de praktijk dachten mee over wat er in het dagelijkse werk nodig was. Zo ontstond een cursus die direct aansluit op de praktijk. Met als doel: medewerkers helpen om activiteiten bewust te koppelen aan de mogelijkheden en ontwikkeldoelen van een cliënt.
Docent Christina Mast zag tijdens de lessen hoe groot die omslag kan zijn. “Het is een doelgroep die natuurlijk veel beperkingen heeft op allerlei vlakken: cognitief: bijvoorbeeld overzicht, onthouden, plannen, maar ook lichamelijk.”
De “verleiding’ is al snel om naar de beperkingen te kijken en/of snel iets over te nemen van de client.
“Je merkt dat bij de deelnemers echt de knop omgaat: ze beseffen dat ze hier als professional staan en niet als vrijwilliger.” Vertelt Christina.
Ze geeft een voorbeeld: “Een activiteit krijgt daardoor een andere betekenis. Neem een creatieve groepsactiviteit. Iedereen kan met hetzelfde thema aan de slag, maar de opdracht verschilt per persoon. De één kleurt iets in, de ander knipt en plakt en een derde bedenkt zelf een ontwerp. Iedereen doet mee, maar ondertussen werkt iedere cliënt aan een eigen doel.” Dat is ontwikkelingsgericht werken in de praktijk.
Kleine stappen maken verschil
Bij niet-aangeboren hersenletsel gaat ontwikkeling vaak met kleine stappen. Juist daarom is het belangrijk dat medewerkers goed kijken naar wat iemand wél kan en hoe ze daarop kunnen voortbouwen.
Alexander Dijkstra werkt op een talentencentrum van ’s Heeren Loo. Hij heeft veel ervaring met de cliënten met wie hij werkt, maar de cursus bracht hem nieuwe inzichten.
“Ik begeleid al jaren activiteiten en ik kan alle kanten op wijzen van: doe jij dat even. Maar door deze cursus ontdekte ik: oké, ik vraag jou wel iets. Maar in hoever begrijp jij mij?”
Die bewustwording neemt hij mee in zijn dagelijkse werk. Hij kijkt nog nadrukkelijker naar wat iemand zelf kan. Niet vanuit de beperking, maar vanuit de mogelijkheden.
Zo gebruikt hij bijvoorbeeld gebruiksaanwijzingen en praktische opdrachten om cliënten uit te dagen. “Zo kan ik zien wat zij wel kunnen doen en waar ze blij van worden.”
Leren van elkaar
De cursus bracht niet alleen verdieping in de vakinhoud. Collega’s leerden ook van elkaar. Deelnemers brachten voorbeelden uit hun eigen praktijk mee en bespraken verschillende manieren om met cliënten om te gaan.
“Dat stukje intervisie binnen de lessen is echt onmisbaar”, zegt Alexander.
Door ervaringen van collega’s te horen, ontdek je andere manieren om naar een cliënt en je eigen aanpak te kijken.
“Juist vaste patronen kunnen ervoor zorgen dat je minder snel stilstaat bij je eigen aanpak. Door andere werkwijzen te horen en ervaringen te delen, ontstaat ruimte om opnieuw te kijken naar wat je doet."
Ook voor ervaren medewerkers
Alexander heeft al 21 jaar ervaring met cliënten. Toch noemt hij de cursus een waardevolle verdieping. Hij zou de cursus dan ook zeker aanraden aan collega’s. Vooral de bewustwording vindt hij belangrijk. Waarom doe ik de dingen die ik doe? En waarom pak ik een cliënt op deze manier aan? Ook voor medewerkers die al jarenlang op als activiteitenbegeleider werken, kan dat waardevol zijn.
“Juist vaste patronen kunnen ervoor zorgen dat je minder snel stilstaat bij je eigen aanpak. Door andere werkwijzen te horen en ervaringen te delen, ontstaat ruimte om opnieuw te kijken naar wat je doet”, legt Alexander uit.
Een microcredential die past bij de praktijk
Voor ’s Heeren Loo was deze cursus een passende manier om medewerkers gericht te scholen. En het is extra mooi dat de deelnemers aan het eind van de cursus een edubadge ontvangen, als afsluiting van deze microcredential.
Een microcredential is een gerichte cursus waarmee je kennis en vaardigheden op een specifiek onderwerp ontwikkelt. Je hoeft daarvoor niet meteen een volledige opleiding te volgen, maar je ontvangt wel een erkend bewijs. Deze is van waarde op je CV en toont je kennis en vaardigheden aan.
Voor organisaties biedt deze manier van scholing ruimte om medewerkers gericht bij te leren over een onderwerp dat op de werkvloer speelt. Voor medewerkers betekent het dat ze hun bestaande ervaring kunnen verdiepen met nieuwe kennis en vaardigheden en deze ook kunnen aantonen met een erkend bewijs.
Deze cursus laat zien dat je nooit te oud bent om te leren. Zoals Alexander het treffend zegt: “Door andere werkwijzen te horen en ervaringen te delen, ontstaat ruimte om opnieuw te kijken naar wat je doet. En dat is super leerzaam”.